Echogeleid injecteren van botuline: een stap vooruit in de behandeling van dystonie
In het Alrijne Ziekenhuis wordt sinds kort botulinetoxine geïnjecteerd met behulp van echografie. Hoewel deze techniek niet nieuw is, wordt deze in Nederland nog niet standaard toegepast. Neuroloog Tjerk Lagrand en KNFlaborante Miranda Dirven namen het initiatief om deze methode in het Alrijne te implementeren. Hun ervaringen laten zien dat echogeleid injecteren een waardevolle aanvulling is op de bestaande technieken.
Van theorie naar praktijk
Het idee om echografie te gebruiken bij botulinetoxine-injecties speelde al langer. Op congressen en tijdens zijn opleiding in Groningen kwam Tjerk Lagrand de techniek tegen, maar in de praktijk werd er nog weinig mee gedaan. De bestaande methode – injecteren op basis van anatomische kennis en EMG-geleiding – functioneerde goed, en de overstap naar een nieuwe aanpak leek tijdrovend.
Toen Lagrand in het Alrijne Ziekenhuis startte en de botulinetoxinepoli overnam, zag hij een kans om echografie in te voeren. Samen met Miranda Dirven zette hij een project op om de techniek te leren en te implementeren. Om het echografie-apparaat goed onder de knie te krijgen oefenden ze op elkaar en op collega’s, zonder daadwerkelijk te prikken. Vervolgens begonnen ze met patiënten, eerst in kleine aantallen en met extra tijd voor de behandeling. Inmiddels wordt bij vrijwel elke patiënt met cervicale dystonie echogeleid geïnjecteerd.
Wat is het voordeel van echogeleid injecteren?
Bij de traditionele methode wordt botulinetoxine geïnjecteerd op basis van de anatomie en spieractiviteit, gemeten via EMG (elektromyografie). Dit werkt goed, maar het blijft een indirecte manier om de juiste spier te lokaliseren. Met echografie kunnen artsen de spieren direct in beeld brengen en preciezer injecteren. “Voorheen moesten we grotendeels vertrouwen op onze kennis van de anatomie en het geluidssignaal van het EMG,” legt Lagrand uit. “Maar spieren liggen in laagjes boven elkaar, en hun dikte verschilt per patiënt. Met echografie kunnen we exact zien waar we prikken, en dat verhoogt de nauwkeurigheid.”
Dit heeft niet alleen theoretische voordelen: een evaluatie onder patiënten liet zien dat bijna iedereen de echogeleide injecties als gelijkwaardig of beter ervaart dan de traditionele methode.
Waarom doet niet elk ziekenhuis dit?
Ondanks de voordelen, is echogeleid injecteren nog geen standaardpraktijk. “Neurologen zijn soms behoudend,” zegt Lagrand. “Als je iets al twintig jaar goed doet, is de noodzaak minder groot om nieuwe technieken te leren, en er zijn investeringen nodig; zowel in tijd als in apparatuur. Toch verwacht hij dat steeds meer ziekenhuizen de overstap zullen maken, zeker nu de technologie blijft verbeteren.
Bij sommige vormen van dystonie, zoals blefarospasme (ooglidkramp), is echografie minder nuttig, omdat de spieren aan de oppervlakte liggen en een echoapparaat hier functioneel niet goed ingezet kan worden. Maar bij cervicale dystonie en andere diepe spiergroepen biedt het duidelijk meerwaarde.
De toekomst van echogeleid injecteren
De techniek ontwikkelt zich door. Nieuwe echokoppen met ingebouwde naaldgeleiding kunnen de precisie verder vergroten. Ook worden de apparaten steeds gebruiksvriendelijker, waardoor de drempel om ermee te werken lager wordt.
Het Alrijne Ziekenhuis is één van de voorlopers in Nederland en staat open voor samenwerking met andere neurologen die geïnteresseerd zijn in deze techniek. “We hebben al collega’s over de vloer gehad om mee te kijken, en we denken erover om trainingen te organiseren,” zegt Lagrand. “Er is nog een wereld te winnen.” Voor dystoniepatiënten betekent dit mogelijk een nog effectievere behandeling met minder bijwerkingen. Een kleine verandering in techniek kan zo een groot verschil maken.