Middelen die het effect van dopamine verminderen

Middelen die het effect van Dopamine verminderen

Dit zijn middelen die het effect van de boodschapperstof dopamine in de hersenen verminderen. Ze zijn oorspronkelijk ontwikkeld om psychoses tegen te gaan (antipsychotica). Sommige antipsychotica worden ook toegepast bij hevige onrust, misselijkheid, manie, hardnekkige hik of hevige pijn. Enkele middelen blijken ook te werken bij bepaalde bewegingsstoornissen, zoals het Gilles de la Tourettesyndroom (de 'tic'-ziekte) en de ziekte van Huntington. Bij het syndroom van Gilles de la Tourette heeft men last van zich telkens herhalende bewegingen of spiertrekkingen van het gezicht, schouders of armen en van het maken van geluiden zoals snuiven, grommen of dwangmatig vloeken. Bij de ziekte van Huntington is er sprake van spraak- en slikproblemen. Ook hebben mensen last van ongewilde schokkerige bewegingen en/of dystonie van ledematen, nek, romp en gezicht. Vanwege het effect op deze bewegingsstoornissen passen artsen sommige antipsychotica ook experimenteel toe bij dystonie. Ze blijken echter zelden effectief te zijn. Artsen proberen ze vooral uit bij kinderen en jonge volwassenen met een ernstige gegeneraliseerde dystonie (in een groot deel van het lichaam), vaak samen met andere medicijnen zoals trihexyfenidyl en tetrabenazine.

Er is echter een belangrijk probleem: bij de meeste antipsychotica kunnen bewegingsstoornissen als bijwerking optreden, zoals parkinson-achtige bijwerkingen (stijve spieren, beven, maskerachtige gezicht, moeite met lopen en spreken), rusteloze bewegingen, zoals wiebelen of wippen met voet, onderbeen, hand of bovenlichaam ('acathisie') en ook acute dystonie. Door de dosering laag te houden en maar heel geleidelijk te verhogen, is de kans op acute dystonie minder. Daarnaast kunnen op den duur de zogenaamde late bewegingsstoornissen (tardieve dyskinesie) ontstaan met zuig-, kauw- en smakbewegingen van tong en gezicht, buigen en strekken van vingers en tenen, dansende bewegingen van armen en benen. Dit is de reden waarom deze middelen maar een zeer beperkte toepassing hebben bij dystonie. Een uitzondering hierop is clozapine. Dit middel geeft geen tardieve dyskinesie en minder bewegingsstoornissen dan de andere middelen uit deze groep.

We bespreken de volgende middelen: